Olifanten informatie

Zit jij in een van de laatste groepen van de basisschool? Dan vind je hier meer informatie over hoe en waar olifanten leven. Met deze informatie kun je een mooi werkstuk maken of een spreekbeurt houden. Je kunt de tekst voor je werkstuk of spreekbeurt van de website halen. Maar pas de tekst wel aan in je eigen woorden, want leerkrachten lezen ook deze informatie als zij een beoordeling over een werkstuk of spreekbeurt moeten geven.

Inhoudsopgave

1. Voorwoord
2. Verschillende soorten olifanten
3. Evolutie en verwanten
4. Kenmerken: slurf, slagtanden en oren
5. Andere lichaamsdelen
6. Intelligentie, geheugen en gevoelens
7. Gedrag en eetgewoonten
8. Het sociale leven van de kudde
9. Opgroeien
10. Communicatie bij olifanten
11. Leefgebieden
12. Leeftijd
13. Olifanten en mensen
14. De bescherming van de olifanten

1. Voorwoord
Voor veel (vooral jonge) mensen is de olifant het dier waar zij ontzag voor hebben en het meest bewonderen. Zij vinden olifanten mooie dieren, die beschermd moeten worden. De olifant is het grootste en zwaarste dier dat op het land leeft en gezonde volwassen olifanten hebben geen natuurlijke vijanden. De mens is de enige werkelijke bedreiging voor olifanten. Omdat olifanten en mensen allebei veel ruimte, voedsel en water nodig hebben.

Olifanten zijn heel intelligente dieren, dat in wezen niet voor de mens onderdoet. Alleen de olifant gebruikt zijn intelligentie niet om anderen te doden of om er zelf beter van te worden. Het sociale gedrag van olifanten is bijzonder. Mensen kunnen in veel gevallen een voorbeeld nemen aan olifanten. Ze zijn vredelievend en hebben geen territorium. Bij droogte delen zij het water en voedsel met elkaar. Ze hebben een speciale wijze van met elkaar praten (dit wordt “communicatie” genoemd), waarvan het infrasoon geluid niet door mensen gehoord kan worden. Hiermee kunnen olifanten over grote afstanden van vele kilometers met elkaar praten.
Olifanten zijn gefascineerd door de slagtanden en beenderen van dode olifanten. In de meeste gevallen weten zij van wie de beenderen afkomstig zijn en tonen hun respect, door bij de beenderen stil te staan en deze voorzichtig met hun slurf te betasten. Als olifanten een dood mens aantreffen, staan zij ook stil bij het dode lichaam en bedekken deze vaak met stof of takken. Olifanten doen dit bij geen enkele ander dier. Olifanten zijn heel sociaal, raken elkaar vaak aan en strelen elkaar. Zij hebben ongeveer dezelfde emoties als mensen. Ze zijn blij als familieleden elkaar tegenkomen.
Olifanten zorgen voor hun gezinsleden en voor zwakke of gewonde leden en treuren over een dode metgezel.

De in deze olifanten-informatie gebruikte fotos zijn o.a. gemaakt door: Rhett-A-Butler, Louis Drent, Jan van Duinen, Harry de Grood, Rob Faber, Erik Joosten, Betty-Lou Luyken en Jonas van de Voorde.

2. Verschillende soorten olifanten
In de vrije natuur leven olifanten op 2 continenten: Afrika en Azië.
De Afrikaanse olifanten (Latijnse naam: Loxodonta Africana) bestaat uit tenminste drie en waarschijnlijk vier soorten, dit is met DNA-technieken vastgesteld.

Savanne-olifant loxodonta africana africana
Kenmerken:
Gewicht: 4000 – 7000 kilo
Hoogte: 3 – 4 meter
Huid: donkerder, heeft meer haar, vooral op de slurf en bij de mond.
Oren: vorm lijkt op Afrika
Slagtanden: gebogen, dikker
Voetnagels: voor: 4 of 5, achter 3, 4 of 5.

Bos-olifant
loxodonta africana cyclotis
Kenmerken:
Gewicht: 2000 – 4000 kilo
Hoogte: 2 – 3 meter
Huid: lichter, niet zoveel haar, behalve de jonge olifantjes.
Oren: ronder
Slagtanden: rechter, dunner
Voetnagels: voor: 5, achter 4

West-Afrikaanse olifant nog geen Latijnse benaming
Kenmerken:
Gewicht: 4000 – 7000 kilo
Hoogte: 2,5 – 3,5 meter
Huid: middel grijs
Oren: vorm lijkt op Afrika
Slagtanden: langer, rechter
Voetnagels: voor: 4 of 5,
achter 3, 4 of 5.

Woestijn-olifant nog geen Latijnse benaming
Kenmerken:
Gewicht: 3200 – 6400 kilo
Hoogte: 3,5 – 4 meter
Huid: grijs, maar neemt de kleur aan van de grondkleur
Oren: vorm lijkt op Afrika
Slagtanden: harder, dikker
Voetnagels: voor: 5, achter 5.

De Aziatische olifant (Latijnse naam: Elephas maximus) bestaat uit:

Indische olifant
Elephas maximus Indicus
Kenmerken:
Gewicht: 2500 – 4500 kilo
Hoogte: 2,5 – 3,5 meter
Huid: glad en licht, lichte pigmentvlekken.
Oren: klein, vorm lijkt op India

Sri Lankaanse olifant Elephas maximus maximus
Kenmerken:
Gewicht: 3000 – 5000 kilo
Hoogte: 2 – 3 meter
Huid: donker, heeft veel lichte pigmentvlekken op de oren, gezicht, slurf en buik.
Oren: groter

Sumatraanse olifant Elephas maximus sumatranus
Kenmerken:
Gewicht: 2000 – 4000 kilo
Hoogte: 2 – 2,5 meter
Huid: lichtste, zonder veel pigmentvlekken.
Oren: kleinst

Boneose dwergolifant Elephas maximus borneensis
Kenmerken:
Gewicht: 1500 – 2500 kilo
Hoogte: 1 – 2,5 meter
Huid: bruin/grijs
Oren: groter

Benadrukt moet worden is dat het echt vier verschillende diersoorten zijn. Biologisch is het niet altijd makkelijk aan te tonen wanneer wezens tot verschillende diersoorten of tot verschillende ondersoorten behoren. Het oude standpunt dat het onmogelijk is om verschillende diersoorten te kruisen, gaat niet op. Dat de Afrikaanse olifanten in verschillende soorten uiteenvallen, werd pas bewezen in 2001 en 2002 door vooraanstaande Amerikaanse en Keniaanse onderzoekers. De olifantsoorten behoren wel tot dezelfde familie: de Olifantachtigen, of in het latijn: Elephantidae.

De dwergolifant, die voorkomt in Sabah, het noordoostelijke puntje van Maleisisch Borneo, is naar aanleiding van genetische testen in september 2003 als een aparte ondersoort geclassificeerd. De dwergolifant is niet alleen kleiner, maar heeft ook grotere oren, een langere staart en rechtere slagtanden dan de gemiddelde Aziatische olifant. Bovendien heeft de dwergolifant een wat vriendelijker karakter dan de andere Aziatische olifanten. Onderzoekers aan de Columbia University in New York hebben door DNA-analyses vastgesteld dat de dwergolifant circa 300.000 jaar geleden van zijn Aziatische soortgenoot is gescheiden. Ongeveer 18.000 jaar geleden zouden ze geﳯleerd zijn geraakt toen de landbrug tussen Borneo en het vasteland verdween. Naarmate de evolutie voortschreed veranderden de gemeenschappelijke genetische kenmerken. Volgens schattingen zouden er in totaal nog maar 1600 van deze dwergolifanten zijn. Daarom hebben de inspanningen om de dwergolifanten te beschermen een hoge prioriteit.

De woestijnolifant is genetisch dezelfde als de olifant in Etosha (het meer dat in het binnenland van Namibië ligt), het verschil is dat de woestijnolifant aangepast zijn aan het droge woestijnklimaat. Een woestijnolifant kan 4 dagen zonder water, zijn neefje in Etosha drinkt 160 liter water per dag!
De Salvadora en Tamarisk struiken die in de rivierbedding groeien zijn het lievelingsvoedsel van de woestijnolifanten.
Er is een debat onder de zoölogen en en wetenschappers over de vraag of de woestijnolifanten moeten worden aangemerkt als een aparte soort olifant of als ondersoort van de savanne-olifant. Woestijnolifanten zijn zeer goed aangepast aan het leven onder de specifieke omstandigheden van de woestijn. Ze verplaatsen zich routinematig over grote afstanden tussen de verschillende voedselgebieden en de verspreid liggende drinkplaatsen, waar ze drinken tijdens het droge seizoen. Afstanden van 70 kilometer worden regelmatig gelopen. De seizoensgebonden rivieren zijn afhankelijk van de lokale regenbuien voordat ze boven de grond stromen. In tijden van droogte stroomt het water nog steeds, maar diep onder het woestijnzand. Woestijn-olifanten weten dit water door graven te bereiken.
Woestijnolifanten komen voornamelijk voor in de Kaokoland en Damaraland regio, in het noordwesten van Namibië.
Woestijnolifanten voeden zich met een breed scala van planten en bladeren, scheuten, schors, bloemen, fruit, bollen, knollen en wortels en gras en zegge. Ze hebben een voorkeur voor verschillend seizoensgebonden voeding. Tijdens het regenseizoen eet de woestijnolifant meer gras, dat dan overvloedig beschikbaar is. De grijze kleur van hun huid ziet er vaak anders uit door hun gewoonte een stof- of modderbad te nemen. Ze nemen dan de kleur aan van de bodem. Woestijnolifanten zijn iets kleiner dan de Savanne-olifant.

In het algemeen kun je onthouden dat de Afrikaanse olifanten de grootste zijn, maar er zijn nog meer verschillen.

Aziatische olifant
gewicht: 3000 tot 5000 kg.
schouderhoogte: 2 – 3,5 meter
hoogste punt: top van het hoofd
lichaamsbouw:
rug: bolrond
buik: horizontaal of verzakt in het midden
hoofd: 2 bulten op het voorhoofd
oren: klein, hebben de vorm van India
huid: soepeler
slagtanden: alleen de bullen hebben slagtanden, maar tegenwoordig zijn er veel bullen zonder slagtanden.
slurf: minder ringen en stijver, 1 vinger aan het uiteinde

Afrikaanse olifant
gewicht: 4000 – 7000 kg.
schouderhoogte: 3 – 4 meter
hoogste punt: top van de schouder
lichaamsbouw:
rug: hol
buik: horizontaal bij vrouwtjes, schuin omhoog bij bullen.
hoofd: geen uitstulpingen
oren: groot, ze bedekken de schouders, hebben de vorm van Afrika
huid: gerimpeld
slagtanden: bullen en vrouwtjes hebben slagtanden, maar aantal olifanten zonder slagtanden neemt toe.
slurf: meer ringen en soepeler, 2 vingers aan het uiteinde

3. Evolutie en verwanten

Ooit leefden er 350 soorten slurfdieren op de aarde. Nu zijn al die soorten uitgestorven, behalve de Afrikaanse en de Aziatische olifanten. Niet alle van deze dieren hadden ook echt een slurf, maar de meeste wel. De moeritherium bijvoorbeeld, een van de oudste vormen van de slurfdieren, had er geen en was ook veel kleiner.
Slurfdieren zijn verwant aan zeekoeien, aardvarkens en klipdassen.

Zeekoeien zijn zoogdieren die in zee leven, zoals de walvissen. Waarschijnlijk hebben de voorouders van de huidige olifanten ook getwijfeld of ze nu in zee of op het land zouden leven (een beetje zoals nijlpaarden).Je kan dat nog zien: olifanten hebben bijvoorbeeld ook bijna geen haar, zoals de zeezoogdieren. Bovendien zijn olifanten heel goede zwemmers en gebruiken ze hun slurf als een snorkel, waardoor ze heel lang onder water kunnen blijven.

Uiteindelijk kozen ze voor het land en dat is al wel meer dan 30 miljoen jaar geleden. Ooit waren er dus heel veel slurfdieren, maar de meeste waren geen olifantachtigen. Alleen de mammoet was een echte olifantachtige.

Vroeger waren er dus drie olifantsoorten: de Afrikaanse, de Aziatische en de mammoet: een diersoort die ook in Europa leefde. Een mammoet had grote kromme slagtanden en een aantal mammoetsoorten hadden veel haar, zodat ze het warm zouden hebben in de ijstijd. Soms wordt er nog een mammoet gevonden die bevroren zit in het ijs. In een aantal musea kun je trouwens volledige skeletten van mammoeten bekijken. Mammoeten zijn waarschijnlijk 10.000 jaar geleden uitgestorven. Het klimaat veranderde, waardoor de grasvlakten waar de mammoeten leefden, langzaam aan veranderden in bossen. Hierdoor vonden de dieren niet genoeg voedsel. Veel geleerden denken dat de mammoet ook is uitgestorven door inslag van een enorme meteoriet, waardoor er tijden lang geen zonlicht was.

4. Kenmerken

Olifanten zijn de grootste en zwaarste landdieren. Van bijna alles hebben olifanten de grootste: oren, kiezen, poten, ingewanden enz. De belangrijkste kenmerken van de olifanten zijn: de slurf, slagtanden en oren.

Slurf
Alleen olifanten hebben een slurf. De verlengde neus van een tapir, zeeolifant en spitsmuis worden ook wel slurf genoemd, maar deze lijken totaal niet op de slurf van een olifant. Een slurf bestaat uit tienduizenden spiertjes, waardoor hij heel soepel en sterk is. Een olifant kan er een boomstam mee optillen, maar ook een muntstuk van de grond oprapen. Voor olifanten is de slurf een hand, neus en radar tegelijk. Eigenlijk is een slurf de loop van de jaren ontwikkeld uit de neus en de bovenlip van de olifanten. Binnenin de slurf zitten twee buizen, die overeenkomen met de neusgaten. Waarschijnlijk hadden de vroegere slurfdieren wel al slagtanden, waardoor ze moeilijker bij het voedsel konden komen. De slagtanden zaten een beetje in de weg en een langere neus maakte het eten dan makkelijker.

De slurf is een grijparm om zowel grote en zware als kleine dingen op te tillen. Olifanten pakken voedsel beet met hun slurf en steken het zo in hun mond. Op deze manier hoeven zij niet te bukken om het eten van de grond te rapen. Ook het drinken doen ze met de slurf. Een olifant zuigt zijn slurf vol water (de hoeveelheid van een emmer) en daarna tilt hij z’n hoofd op en laat het water in z’n mond lopen. Een olifant zuigt het water dus niet direct naar binnen (als wij water in onze neus krijgen, dan begrijp je waarom). Olifanten kunnen hun slurf vol water zuigen, terwijl hun mond openstaat. Het uiteinde van de slurf is eigenlijk de hand van de olifant. De Aziatische olifant heeft één en de Afrikaanse twee vingerachtige uitsteeksels. Het oude Indische woord voor olifant is hastin, dit betekent: het dier met een hand.

Een olifant gebruikt de slurf als een douche. Olifanten moeten hun huid geregeld met water en daarna met stof of zand besproeien en daarvoor is de slurf erg handig.

De slurf is een middel om andere olifanten of andere dieren zacht of hard aan te raken. Een olifant kan behoorlijk hard slaan met zijn slurf, maar ook zachtjes aaien. Moeders gebruiken hun slurf vaak om kleine olifantjes weg te houden van dingen waarvan ze moeten afblijven. Als olifanten met elkaar wat willen knuffelen, dat kronkelen hun slurven rond elkaar of ze steken hun slurf in de mond van de andere.

De slurf wordt gebruikt om geluid te maken. Het bekendste geluid van een olifant is het trompetteren. Het trompetteren doet een olifant door lucht met kracht door zijn slurf te persen.

Olifanten kunnen goed zwemmen en dat doen zij ook erg graag. Ze gebruiken dan hun slurf als een snorkel. Dat lijkt een detail, maar ook dit maakt de olifant tot een uniek dier.

Een slurf is ook gewoon een neus. Een olifant kan heel goed ruiken. Soms steken de olifanten hun slurf in de lucht en draaien ze hem naar alle kanten om alle geuren op te snuiven. Het hangt af van welke kant de wind komt, maar normaal kunnen ze andere olifanten ruiken, ook als deze kilometers ver weg staan.

Kleine olifantjes weten in het begin niet precies hoe ze met hun slurfje moeten omgaan. Dat ding hangt er maar wat te bengelen aan hun neus. Ze drinken melk bij hun moeder met hun mond en als ze andere dingen gaan eten, bijten ze eerst zoals alle andere dieren. Soms trappen ze er zelfs per ongeluk op! Gaandeweg leren ze hoe ze hun slurf moeten gebruiken en ontdekken ze hoe handig deze is.

Slagtanden
De meeste Afrikaanse olifanten, zowel bullen (mannetjes) als vrouwtjes, hebben slagtanden. Bij de Aziatische olifanten hebben alleen de bullen slagtanden en dan nog niet eens alle bullen. Op Sri Lanka heeft slechts een klein gedeelte slagtanden, die tuskers worden genoemd. Die slagtanden zitten in de bovenkaak en zijn eigenlijk de snijtanden (niet de hoektanden, zoals bij walrussen en bepaalde varkenssoorten).


Op de eerste plaats zijn slagtanden voor olifanten hun statussymbool: het is een teken van kracht. De bul met de grootste slagtanden wordt over het algemeen met de meeste respect benaderd.
Slagtanden worden door een olifant ook als wapen gebruikt: daarvoor zijn ze ook oorspronkelijk bedoeld. Jonge bullen vechten wel met elkaar en dan zijn de slagtanden gevaarlijke wapens. Bullen vechten soms met elkaar om uit te maken wie er kan paren met een vrouwtje. Vooral als een van de bullen in musth (zie onder ‘Opgroeien’ voor de betekenis) is, dan kan de verliezer dodelijk gewond raken.

Daarnaast zijn de slagtanden werktuigen waarmee de olifant allerlei zwaar werk kan doen: kuilen graven voor water, de schors van bomen afhalen, dingen wegduwen enz.

De slagtanden van een olifant beginnen te groeien vanaf dat hij 2 jaar oud is (in het begin wordt gesproken van stoottanden). Aziatische vrouwtjesolifanten hebben vaak korte stoottandjes, die je niet of nauwelijks kunt zien, die noemen we tushes. Een volgroeide slagtand is maar voor ongeveer 2/3 te zien, de rest zit binnenin.

Net zoals mensen rechts- of linkshandig zijn, zijn olifanten vaak rechts- of linkstandig, dat wil zeggen dat ze een van hun beide tanden meer gebruiken dan de andere. Dit kun je zien wanneer een van beide slagtanden meer afgesleten is dan de andere omdat hij die meer gebruikt. Handig zulke slagtanden, zal je denken. Maar de olifanten hebben er eigenlijk meer problemen mee dan voordelen. Slagtanden zijn namelijk van ivoor en dat is iets wat mensen altijd graag willen hebben. Uit ivoor hebben mensen eeuwenlang allerlei kunstvoorwerpen gemaakt. Ivoor werd het witte goud genoemd. In plaats van het ivoor van dode olifanten op te rapen, hebben mensen altijd olifanten met mooie, grote slagtanden gedood.

Omdat in de tweede helft van de 20ste eeuw heel veel olifanten met grote slagtanden werden gedood, neemt het gemiddelde gewicht van slagtanden snel af. In 1970 woog een gewone slagtand makkelijk 12 kilo, in 1990 nog maar 3 kilo. De allergrootste slagtand die ooit gevonden werd, woog 102 kilo.

Oren
De oren hebben, zoals zoveel lichaamsdelen van de olifant, meer functies. Het horen is natuurlijk het belangrijkste en luisteren kan een olifant heel goed; ze kunnen zelfs geluiden van kilometers verderop horen. Daarnaast werken de oren als een radiator, om het enorme lichaam van de olifant te koelen. De afmetingen van de oren spelen hierbij een belangrijke rol. De Afrikaanse olifanten leven voornamelijk op de open vlakte en daar is weinig beschutting, dus wapperen de Afrikaanse olifanten met hun oren, waar veel bloedvaten doorheen lopen. Door het wapperen wordt het bloed gekoeld en lichaamswarme afgevoerd. De huid van de olifant aan de binnenkant van de oren is maar 1 tot 2 mm dik. De Afrikaanse bos-olifant kan in zn leefomgeving wel schuilen tegen de zon en heeft daarom kleinere oren.

Dat is ook de reden dat de Aziatische olifanten kleinere oren hebben; ze leven voor een belangrijk deel in bossen. Olifanten gebruiken hun oren ook om te dreigen. Als de oren wijd staan is dat een serieuze waarschuwing. Ook kleine olifantjes, zoals Mweya op de foto, laten zien hoe dapper ze zijn door een dreighouding aan te nemen.