Olifanten informatie

Zit jij in een van de laatste groepen van de basisschool? Dan vind je hier meer informatie over hoe en waar olifanten leven. Met deze informatie kun je een mooi werkstuk maken of een spreekbeurt houden. Je kunt de tekst voor je werkstuk of spreekbeurt van de website halen. Maar pas de tekst wel aan in je eigen woorden, want leerkrachten lezen ook deze informatie als zij een beoordeling over een werkstuk of spreekbeurt moeten geven.

Inhoudsopgave

1. Voorwoord
2. Verschillende soorten olifanten
3. Evolutie en verwanten
4. Kenmerken: slurf, slagtanden en oren
5. Andere lichaamsdelen
6. Intelligentie, geheugen en gevoelens
7. Gedrag en eetgewoonten
8. Het sociale leven van de kudde
9. Opgroeien
10. Communicatie bij olifanten
11. Leefgebieden
12. Leeftijd
13. Olifanten en mensen
14. De bescherming van de olifanten

1. Voorwoord
Voor veel (vooral jonge) mensen is de olifant het dier waar zij ontzag voor hebben en het meest bewonderen. Zij vinden olifanten mooie dieren, die beschermd moeten worden. De olifant is het grootste en zwaarste dier dat op het land leeft en gezonde volwassen olifanten hebben geen natuurlijke vijanden. De mens is de enige werkelijke bedreiging voor olifanten. Omdat olifanten en mensen allebei veel ruimte, voedsel en water nodig hebben.

Olifanten zijn heel intelligente dieren, dat in wezen niet voor de mens onderdoet. Alleen de olifant gebruikt zijn intelligentie niet om anderen te doden of om er zelf beter van te worden. Het sociale gedrag van olifanten is bijzonder. Mensen kunnen in veel gevallen een voorbeeld nemen aan olifanten. Ze zijn vredelievend en hebben geen territorium. Bij droogte delen zij het water en voedsel met elkaar. Ze hebben een speciale wijze van met elkaar praten (dit wordt “communicatie” genoemd), waarvan het infrasoon geluid niet door mensen gehoord kan worden. Hiermee kunnen olifanten over grote afstanden van vele kilometers met elkaar praten.
Olifanten zijn gefascineerd door de slagtanden en beenderen van dode olifanten. In de meeste gevallen weten zij van wie de beenderen afkomstig zijn en tonen hun respect, door bij de beenderen stil te staan en deze voorzichtig met hun slurf te betasten. Als olifanten een dood mens aantreffen, staan zij ook stil bij het dode lichaam en bedekken deze vaak met stof of takken. Olifanten doen dit bij geen enkele ander dier. Olifanten zijn heel sociaal, raken elkaar vaak aan en strelen elkaar. Zij hebben ongeveer dezelfde emoties als mensen. Ze zijn blij als familieleden elkaar tegenkomen.
Olifanten zorgen voor hun gezinsleden en voor zwakke of gewonde leden en treuren over een dode metgezel.

De in deze olifanten-informatie gebruikte fotos zijn o.a. gemaakt door: Rhett-A-Butler, Louis Drent, Jan van Duinen, Harry de Grood, Rob Faber, Erik Joosten, Betty-Lou Luyken en Jonas van de Voorde.

2. Verschillende soorten olifanten
In de vrije natuur leven olifanten op 2 continenten: Afrika en Azië.
De Afrikaanse olifanten (Latijnse naam: Loxodonta Africana) bestaat uit tenminste drie en waarschijnlijk vier soorten, dit is met DNA-technieken vastgesteld.

Savanne-olifant loxodonta africana africana
Kenmerken:
Gewicht: 4000 – 7000 kilo
Hoogte: 3 – 4 meter
Huid: donkerder, heeft meer haar, vooral op de slurf en bij de mond.
Oren: vorm lijkt op Afrika
Slagtanden: gebogen, dikker
Voetnagels: voor: 4 of 5, achter 3, 4 of 5.

Bos-olifant
loxodonta africana cyclotis
Kenmerken:
Gewicht: 2000 – 4000 kilo
Hoogte: 2 – 3 meter
Huid: lichter, niet zoveel haar, behalve de jonge olifantjes.
Oren: ronder
Slagtanden: rechter, dunner
Voetnagels: voor: 5, achter 4

West-Afrikaanse olifant nog geen Latijnse benaming
Kenmerken:
Gewicht: 4000 – 7000 kilo
Hoogte: 2,5 – 3,5 meter
Huid: middel grijs
Oren: vorm lijkt op Afrika
Slagtanden: langer, rechter
Voetnagels: voor: 4 of 5,
achter 3, 4 of 5.

Woestijn-olifant nog geen Latijnse benaming
Kenmerken:
Gewicht: 3200 – 6400 kilo
Hoogte: 3,5 – 4 meter
Huid: grijs, maar neemt de kleur aan van de grondkleur
Oren: vorm lijkt op Afrika
Slagtanden: harder, dikker
Voetnagels: voor: 5, achter 5.

De Aziatische olifant (Latijnse naam: Elephas maximus) bestaat uit:

Indische olifant
Elephas maximus Indicus
Kenmerken:
Gewicht: 2500 – 4500 kilo
Hoogte: 2,5 – 3,5 meter
Huid: glad en licht, lichte pigmentvlekken.
Oren: klein, vorm lijkt op India

Sri Lankaanse olifant Elephas maximus maximus
Kenmerken:
Gewicht: 3000 – 5000 kilo
Hoogte: 2 – 3 meter
Huid: donker, heeft veel lichte pigmentvlekken op de oren, gezicht, slurf en buik.
Oren: groter

Sumatraanse olifant Elephas maximus sumatranus
Kenmerken:
Gewicht: 2000 – 4000 kilo
Hoogte: 2 – 2,5 meter
Huid: lichtste, zonder veel pigmentvlekken.
Oren: kleinst

Boneose dwergolifant Elephas maximus borneensis
Kenmerken:
Gewicht: 1500 – 2500 kilo
Hoogte: 1 – 2 meter
Huid: bruin/grijs
Oren: groter

Benadrukt moet worden dat het echt vier verschillende diersoorten zijn. Biologisch is het niet altijd makkelijk aan te tonen wanneer wezens tot verschillende diersoorten of tot verschillende ondersoorten behoren. Het oude standpunt dat het onmogelijk is om verschillende diersoorten te kruisen, gaat niet op. Dat de Afrikaanse olifanten in verschillende soorten uiteenvallen, werd pas bewezen in 2001 en 2002 door vooraanstaande Amerikaanse en Keniaanse onderzoekers. De olifantsoorten behoren wel tot dezelfde familie: de Olifantachtigen, of in het latijn: Elephantidae.

De dwergolifant, die leeft in Sabah, in het noordoosten van Maleisisch Borneo, is naar aanleiding van genetische testen in september 2003 als een aparte ondersoort geclassificeerd. De dwergolifant is niet alleen kleiner, maar heeft ook grotere oren, een langere staart en rechtere slagtanden dan de gemiddelde Aziatische olifant. Bovendien heeft de dwergolifant een vriendelijker karakter dan de andere Aziatische olifanten. Onderzoekers van de Columbia University in New York hebben door DNA-analyses vastgesteld dat de dwergolifant circa 300.000 jaar geleden van zijn Aziatische soortgenoot is gescheiden. Ongeveer 18.000 jaar geleden zouden ze geïsoleerdheid zijn geraakt toen de landbrug tussen Borneo en het vasteland verdween. Naarmate de evolutie voortschreed veranderden de gemeenschappelijke genetische kenmerken. Volgens schattingen zouden er in totaal nog maar 1600 van deze dwergolifanten zijn. Daarom hebben de inspanningen om de dwergolifanten te beschermen een hoge prioriteit.

De woestijnolifant is genetisch dezelfde als de olifant in Etosha (het meer dat in het binnenland van Namibië ligt). Het verschil is dat de woestijnolifant aangepast zijn aan het droge woestijnklimaat. Een woestijnolifant kan 4 dagen zonder water, zijn neefje in Etosha drinkt 160 liter water per dag!
De Salvadora en Tamarisk struiken die in de rivierbedding groeien zijn het lievelingsvoedsel van de woestijnolifanten.
Er is een debat onder de zoölogen en en wetenschappers over de vraag of de woestijnolifanten moeten worden aangemerkt als een aparte soort olifant of als ondersoort van de savanne-olifant. Woestijnolifanten zijn zeer goed aangepast aan het leven onder de specifieke omstandigheden van de woestijn. Ze verplaatsen zich routinematig over grote afstanden tussen de verschillende voedselgebieden en de verspreid liggende drinkplaatsen, waar ze drinken tijdens het droge seizoen. Afstanden van 70 kilometer worden regelmatig gelopen. De seizoensgebonden rivieren zijn afhankelijk van de lokale regenbuien voordat ze boven de grond stromen. In tijden van droogte stroomt het water nog steeds, maar diep onder het woestijnzand. Woestijn-olifanten weten dit water door graven te bereiken.
Woestijnolifanten komen voornamelijk voor in de Kaokoland en Damaraland regio, in het noordwesten van Namibië.
Woestijnolifanten voeden zich met een breed scala van planten en bladeren, scheuten, schors, bloemen, fruit, bollen, knollen en wortels en gras en zegge. Ze hebben een voorkeur voor verschillend seizoensgebonden voeding. Tijdens het regenseizoen eet de woestijnolifant meer gras, dat dan overvloedig beschikbaar is. De grijze kleur van hun huid ziet er vaak anders uit door hun gewoonte een stof- of modderbad te nemen. Ze nemen dan de kleur aan van de bodem. Woestijnolifanten zijn iets kleiner dan de Savanne-olifant.

In het algemeen kun je onthouden dat de Afrikaanse olifanten de grootste zijn, maar er zijn nog meer verschillen.

Aziatische olifant
gewicht: 3000 tot 5000 kg.
schouderhoogte: 2 – 3,5 meter
hoogste punt: top van het hoofd
lichaamsbouw:
rug: bolrond
buik: horizontaal of verzakt in het midden
hoofd: 2 bulten op het voorhoofd
oren: klein, hebben de vorm van India
huid: soepeler
slagtanden: alleen de bullen hebben slagtanden, maar tegenwoordig zijn er veel bullen zonder slagtanden.
slurf: minder ringen en stijver, 1 vinger aan het uiteinde

Afrikaanse olifant
gewicht: 4000 – 7000 kg.
schouderhoogte: 3 – 4 meter
hoogste punt: top van de schouder
lichaamsbouw:
rug: hol
buik: horizontaal bij vrouwtjes, schuin omhoog bij bullen.
hoofd: geen uitstulpingen
oren: groot, ze bedekken de schouders, hebben de vorm van Afrika
huid: gerimpeld
slagtanden: bullen en vrouwtjes hebben slagtanden, maar aantal olifanten zonder slagtanden neemt toe.
slurf: meer ringen en soepeler, 2 vingers aan het uiteinde

3. Evolutie en verwanten

Ooit leefden er 350 soorten slurfdieren op de aarde. Nu zijn al die soorten uitgestorven, behalve de Afrikaanse en de Aziatische olifanten. Niet alle van deze dieren hadden ook echt een slurf, maar de meeste wel. De moeritherium bijvoorbeeld, een van de oudste vormen van de slurfdieren, had er geen en was ook veel kleiner.
Slurfdieren zijn verwant aan zeekoeien, aardvarkens en klipdassen.

<ahref=”http://www.vriendenvandeolifant.nl/wp-content/uploads/Zeekoe.gif”>

Zeekoeien zijn zoogdieren die in zee leven, zoals de walvissen. Waarschijnlijk hebben de voorouders van de huidige olifanten ook getwijfeld of ze nu in zee of op het land zouden leven (een beetje zoals nijlpaarden).Je kan dat nog zien: olifanten hebben bijvoorbeeld ook bijna geen haar, zoals de zeezoogdieren. Bovendien zijn olifanten heel goede zwemmers en gebruiken ze hun slurf als een snorkel, waardoor ze heel lang onder water kunnen blijven.

Uiteindelijk kozen ze voor het land en dat is al wel meer dan 30 miljoen jaar geleden. Ooit waren er dus heel veel slurfdieren, maar de meeste waren geen olifantachtigen. Alleen de mammoet was een echte olifantachtige.

Vroeger waren er dus drie olifantsoorten: de Afrikaanse, de Aziatische en de mammoet: een diersoort die ook in Europa leefde. Een mammoet had grote kromme slagtanden en een aantal mammoetsoorten hadden veel haar, zodat ze het warm zouden hebben in de ijstijd. Soms wordt er nog een mammoet gevonden die bevroren zit in het ijs. In een aantal musea kun je trouwens volledige skeletten van mammoeten bekijken. Mammoeten zijn waarschijnlijk 10.000 jaar geleden uitgestorven. Het klimaat veranderde, waardoor de grasvlakten waar de mammoeten leefden, langzaam aan veranderden in bossen. Hierdoor vonden de dieren niet genoeg voedsel. Veel geleerden denken dat de mammoet ook is uitgestorven door inslag van een enorme meteoriet, waardoor er tijden lang geen zonlicht was.

4. Kenmerken

Olifanten zijn de grootste en zwaarste landdieren. Van bijna alles hebben olifanten de grootste: oren, kiezen, poten, ingewanden enz. De belangrijkste kenmerken van de olifanten zijn: de slurf, slagtanden en oren.

Slurf
Alleen olifanten hebben een slurf. De verlengde neus van een tapir, zeeolifant en spitsmuis worden ook wel slurf genoemd, maar deze lijken totaal niet op de slurf van een olifant. Een slurf bestaat uit tienduizenden spiertjes, waardoor hij heel soepel en sterk is. Een olifant kan er een boomstam mee optillen, maar ook een muntstuk van de grond oprapen. Voor olifanten is de slurf een hand, neus en radar tegelijk. Eigenlijk is een slurf de loop van de jaren ontwikkeld uit de neus en de bovenlip van de olifanten. Binnenin de slurf zitten twee buizen, die overeenkomen met de neusgaten. Waarschijnlijk hadden de vroegere slurfdieren wel al slagtanden, waardoor ze moeilijker bij het voedsel konden komen. De slagtanden zaten een beetje in de weg en een langere neus maakte het eten dan makkelijker.

De slurf is een grijparm om zowel grote en zware als kleine dingen op te tillen. Olifanten pakken voedsel beet met hun slurf en steken het zo in hun mond. Op deze manier hoeven zij niet te bukken om het eten van de grond te rapen. Ook het drinken doen ze met de slurf. Een olifant zuigt zijn slurf vol water (de hoeveelheid van een emmer) en daarna tilt hij z’n hoofd op en laat het water in z’n mond lopen. Een olifant zuigt het water dus niet direct naar binnen (als wij water in onze neus krijgen, dan begrijp je waarom). Olifanten kunnen hun slurf vol water zuigen, terwijl hun mond openstaat. Het uiteinde van de slurf is eigenlijk de hand van de olifant. De Aziatische olifant heeft één en de Afrikaanse twee vingerachtige uitsteeksels. Het oude Indische woord voor olifant is hastin, dit betekent: het dier met een hand.

Een olifant gebruikt de slurf als een douche. Olifanten moeten hun huid geregeld met water en daarna met stof of zand besproeien en daarvoor is de slurf heel handig.

De slurf is een middel om andere olifanten of andere dieren zacht of hard aan te raken. Een olifant kan behoorlijk hard slaan met zijn slurf, maar ook zachtjes aaien. Moeders gebruiken hun slurf vaak om kleine olifantjes weg te houden van dingen waarvan ze moeten afblijven. Als olifanten met elkaar wat willen knuffelen, dat kronkelen hun slurven rond elkaar of ze steken hun slurf in de mond van de andere.

De slurf wordt gebruikt om geluid te maken. Het bekendste geluid van een olifant is het trompetteren. Het trompetteren doet een olifant door lucht met kracht door zijn slurf te persen.

Olifanten kunnen goed zwemmen en dat doen zij ook erg graag. Ze gebruiken dan hun slurf als een snorkel. Dat lijkt een detail, maar ook dit maakt de olifant tot een uniek dier.

Een slurf is ook gewoon een neus. Een olifant kan heel goed ruiken. Soms steken  olifanten hun slurf in de lucht en draaien ze hem naar alle kanten om alle geuren op te snuiven. Het hangt af van welke kant de wind komt, maar normaal kunnen ze andere olifanten ruiken, ook als deze kilometers ver weg staan.

Kleine olifantjes weten in het begin niet precies hoe ze met hun slurfje moeten omgaan. Dat ding hangt er maar wat te bengelen aan hun neus. Ze drinken melk bij hun moeder met hun mond en als ze andere dingen gaan eten, bijten ze eerst zoals alle andere dieren. Soms trappen ze er zelfs per ongeluk op! Gaandeweg leren ze hoe ze hun slurf moeten gebruiken en ontdekken ze hoe handig deze is.

Slagtanden
De meeste Afrikaanse olifanten, zowel bullen (mannetjes) als vrouwtjes, hebben slagtanden. Bij de Aziatische olifanten hebben alleen de bullen slagtanden en dan nog niet eens alle bullen. Op Sri Lanka heeft slechts een klein gedeelte slagtanden, die tuskers worden genoemd. Die slagtanden zitten in de bovenkaak en zijn eigenlijk de snijtanden (niet de hoektanden, zoals bij walrussen en bepaalde varkenssoorten).


Op de eerste plaats zijn slagtanden voor olifanten hun statussymbool: het is een teken van kracht. De bul met de grootste slagtanden wordt over het algemeen met de meeste respect benaderd.
Slagtanden worden door een olifant ook als wapen gebruikt: daarvoor zijn ze ook oorspronkelijk bedoeld. Jonge bullen vechten wel met elkaar en dan zijn de slagtanden gevaarlijke wapens. Bullen vechten soms met elkaar om uit te maken wie er kan paren met een vrouwtje. Vooral als een van de bullen in musth (zie onder ‘Opgroeien’ voor de betekenis) is, dan kan de verliezer dodelijk gewond raken.

Daarnaast zijn de slagtanden werktuigen waarmee de olifant allerlei zwaar werk kan doen: kuilen graven voor water, de schors van bomen afhalen, dingen wegduwen enz.

De slagtanden van een olifant beginnen te groeien vanaf dat hij 2 jaar oud is (in het begin wordt gesproken van stoottanden). Aziatische vrouwtjesolifanten hebben vaak korte stoottandjes, die je niet of nauwelijks kunt zien, die noemen we tushes. Een volgroeide slagtand is maar voor ongeveer 2/3 te zien, de rest zit binnenin.

Net zoals mensen rechts- of linkshandig zijn, zijn olifanten vaak rechts- of linkstandig, dat wil zeggen dat ze een van hun beide tanden meer gebruiken dan de andere. Dit kun je zien wanneer een van beide slagtanden meer afgesleten is dan de andere omdat hij die meer gebruikt. Handig zulke slagtanden, zal je denken. Maar de olifanten hebben er eigenlijk meer problemen mee dan voordelen. Slagtanden zijn namelijk van ivoor en dat is iets wat mensen altijd graag willen hebben. Uit ivoor hebben mensen eeuwenlang allerlei kunstvoorwerpen gemaakt. Ivoor werd het witte goud genoemd. In plaats van het ivoor van dode olifanten op te rapen, hebben mensen altijd olifanten met mooie, grote slagtanden gedood.

Omdat in de tweede helft van de 20ste eeuw heel veel olifanten met grote slagtanden werden gedood, neemt het gemiddelde gewicht van slagtanden snel af. In 1970 woog een gewone slagtand makkelijk 12 kilo, in 1990 nog maar 3 kilo. De allergrootste slagtand die ooit gevonden werd, woog 102 kilo.

Oren
De oren hebben, zoals zoveel lichaamsdelen van de olifant, meer functies. Het horen is natuurlijk het belangrijkste en luisteren kan een olifant heel goed; ze kunnen zelfs geluiden van kilometers verderop horen. Daarnaast werken de oren als een radiator, om het enorme lichaam van de olifant te koelen. De afmetingen van de oren spelen hierbij een belangrijke rol. De Afrikaanse olifanten leven voornamelijk op de open vlakte en daar is weinig beschutting, dus wapperen de Afrikaanse olifanten met hun oren, waar veel bloedvaten doorheen lopen. Door het wapperen wordt het bloed gekoeld en lichaamswarmte afgevoerd. De huid van de olifant aan de binnenkant van de oren is maar 1 tot 2 mm dik. De Afrikaanse bos-olifant kan in zijn leefomgeving wel schuilen tegen de zon en heeft daarom kleinere oren.

Dat is ook de reden dat de Aziatische olifanten kleinere oren hebben; ze leven voor een belangrijk deel in bossen. Olifanten gebruiken hun oren ook om te dreigen. Als de oren wijd staan is dat een serieuze waarschuwing. Ook kleine olifantjes, zoals Mweya op de foto, laten zien hoe dapper ze zijn door een dreighouding aan te nemen.

5. Andere lichaamsdelen
Olifanten worden ook wel dikhuiden genoemd. De huid van een olifant is tussen de 2 en de 4 centimeter dik, wat niet zo veel is, als je kijkt naar het enorme dier dat ‘eronder’ zit.

Sommige Aziatische olifanten hebben lichte plekken, vooral op hun slurf en oren. Dit komt door het ouder worden, maar de olifant heeft er geen last van. Deze lichte plekken worden pigment-vlekken genoemd. Vooral bij de Sri Lankaanse olifant zijn de wit/roze pigment-vlekken kenmerkend voor deze ondersoort van de Aziatische olifant. Sommige olifanten zijn van bij hun geboorte redelijk bleek, de zogenaamde witte olifanten. Maar echt wit zijn ze niet (het zijn geen albino’s, zoals de witte konijntjes die je vaak ziet). In Thailand vinden de mensen deze witte olifanten zo bijzonder, dat ze automatisch eigendom van de koning zijn. Als ze worden gevangen, verblijven ze in speciale stallen in het koninklijk paleis, waar de olifanten een oersaai leven hebben…

Een olifant heeft geen zweet- of talgklieren en daarom moet hij vaak in bad. Daarna nemen olifanten een modder- of een stofbad, om hun huid soepel te houden. Het is vrij normaal dat olifanten hele stevige botten hebben om hun enorme lichaam te steunen. De schedel van de olifant is erg groot. Als de schedel even zwaar zouden zijn als de andere botten en beenderen, dan zouden de olifanten hun hoofd bijna niet kunnen optillen. Daarom zitten er holtes in, die gevuld zijn met lucht, waardoor het gewicht aanzienlijk verminderd wordt.

De poten van de olifanten zijn ronde zuilen, die onderaan plat zijn. Olifanten hebben wel teennagels. Inwendig hebben olifanten eigenlijk ook wel tenen: je zou in feite kunnen zeggen dat een olifant op zijn tenen loopt, maar achter de tenen is alles opgevuld met zachte steunkussens zodat de voetzool een plat vlak wordt. Hierdoor wordt het enorme gewicht van de olifant verdeeld over een groter oppervlak.

De poten van een olifant zijn eigenlijk gemaakt om een groot gewicht te kunnen dragen, niet om snel vijanden te kunnen ontlopen. Dat hoeft ook niet, want een olifant heeft geen vijanden in de natuur (buiten de mens).

Vroeger werd gezegd dat olifanten niet konden rennen, omdat zij nooit zodanig bewogen dat alle ledematen tegelijk van de grond loskwamen. Dat zou een te zware belasting voor hun lichaam zijn. Onderzoekers stelden echter vast dat olifanten een snelheid van 25 km/u kunnen bereiken met steeds drie voeten op de grond. Omdat hun zwaartepunt wel op en neer beweegt, kan men dit wel rennen noemen. Het rennen van een olifant is daarbij uniek: hun achterpoten maken een typische ren-beweging, hun voorpoten echter niet. Iets wat een olifant beslist niet kan is springen.

Olifanten hebben zowel in hun onder- als bovenkaak vier verwisselbare kiezen, die achter elkaar zitten. Een olifantkies kan meer dan 5 kilo wegen. De vier kiezen die vooraan zitten, slijten steeds geleidelijk af, waarna de volgende kies horizontaal naar voren schuift. Als de laatste set kiezen afgesleten is (bij een olifant die een normale levensloop heeft gehad, is dat rond zijn zestigste) kan de olifant niet meer behoorlijk kauwen. Dit is het begin van een algehele verzwakking die leidt tot de dood. Dat systeem heeft zich ontwikkeld door het feit dat de onderkaak niet kon meegroeien in verhouding tot de rest van het lichaam, door de plaats die de slurf innam.

Het lijkt leuk, een ritje op de rug van een olifant tijdens een exotische vakantie. Voor veel toeristen staat dit boven aan het verlanglijstje van dingen om ooit nog eens te doen op reis. Maar olifanten hebben hier veel onder te lijden. Een olifant is sterk en kan veel dragen, maar de rug van een olifant is heel kwetsbaar. De meeste olifanten die met een houten of ijzeren stellage op hun rug toeristen moeten dragen, kunnen na enige tijd nauwelijks meer lopen, door beschadiging van de rug. Dus nooit op de rug van een olifant rijden! Geloof een verzorger niet als die zegt dat een olifant dit makkelijk kan. Hij is alleen op je geld uit.

6. Intelligentie, geheugen en gevoelens

Olifanten behoren tot de intelligente dieren. Mensen denken dat zij de intelligentste wezens zijn, maar dat is niet zo. Omdat een olifant z’n verstand op een andere manier gebruikt dan de mens, maakt hem niet minder intelligent dan de mens. Onder intelligentie wordt verstaan het vermogen om na te denken, afwegingen te kunnen maken en op onvoorziene situaties snel te kunnen reageren. Het is bekend dat olifanten gereedschappen gebruiken en kennis doorgeven aan jongere generaties. De matriarch heeft binnen een kudde de meeste kennis en geeft deze kennis door aan haar opvolgster.

Dat een olifant een heel goed geheugen heeft is bekend. Olifanten kunnen zich soortgenoten en mensen na vele jaren herkennen. En kunnen zich leuke en vervelende gebeurtenissen uit het verre verleden herinneren. Ze weten goed wie vriend of vijand is als ze later oude bekende tegenkomen. Matriarchen weten uit eigen ervaring, of van wat ze van de vorige matriarch geleerd hebben, waar bij droge periodes voedsel en water te vinden zijn.

Vroeger dachten veel mensen dat dieren geen gevoelens hadden en dat alleen mensen emoties konden hebben. Nu weten we dat dit niet waar is. Ervaren onderzoekers (zoals Joyce Poole en Cynthia Moss, die hun hele leven olifanten bestuderen) hebben aangetoond dat een olifant elke emotie heeft die mensen ook hebben. Olifanten kunnen spelen, gek doen, boos of verdrietig zijn en ook verliefd worden. Olifanten helpen elkaar en zullen een lid van de groep proberen te redden, ook al brengen ze zichzelf daarbij in gevaar. Olifanten zijn werkelijk blij als ze bevriende dieren tegenkomen en echt bedroefd als er een olifant sterft. Olifanten blijven vaak erg lang bij dode familieleden, alsof ze echt geen afscheid willen of kunnen nemen. Soms leggen ze zelfs takken en bladeren op hen, alsof ze hun overleden familieleden willen begraven. Als olifanten beenderen van dode soortgenoten tegenkomen, gaan ze die vaak erg lang besnuffelen en bekijken. Waarschijnlijk weten ze zelfs nog wie die dode olifant was en halen ze herinneringen op over dat dier. Mensen die in dierentuinen of circussen met olifanten werken, zeggen dat olifanten van verdriet kunnen huilen. Misschien beseffen mensen al heel lang dat olifanten gevoelens hebben en vinden velen daardoor de olifanten zulke bijzondere dieren.

7. Gedrag en eetgewoonten

Een olifant is een niet-herkauwende planteneter. Per dag eet een Afrikaanse olifant ongeveer 200 kilo voedsel, een Aziatische iets minder. Zij eten voornamelijk gras of bladeren, maar ook wortels, boomschors, vruchten of ander groen. Olifanten in dierentuinen krijgen doorgaans meer groenten en fruit, dat voedzamer is, en daardoor zijn ze minder tijd met eten bezig.

Bij het eten valt nogmaals het nut van de slurf op. Een plukje gras wordt met de slurf uit de grond getrokken, daarna wordt de aarde, tegen de poot, uit het kluitje geklopt en vervolgens wordt het gras in de mond gestoken. Ongeveer de helft van wat een olifant eet, wordt onverteerd uitgescheiden. Dat betekent dat een olifant ongeveer 100 kilo mest per dag levert. Olifantenmest is heel nuttig en vruchtbaar: veel zaden die de olifant had opgegeten, worden zo over een groot gebied verspreid. Deze zaden ontkiemen sneller als ze eerst door het lichaam van een olifant zijn gegaan en zo wordt de plantengroei door de olifant eigenlijk verbeterd. Olifanten zijn daardoor feitelijk de boomplanters van de natuur.

Toch kunnen grote groepen olifanten op een te klein gebied de plantengroei uiteraard snel afbreken. Vroeger, toen het milieu nog normaal en evenwichtig was, kon dat geen kwaad. Er was ruimte genoeg voor de olifanten en voor de andere dieren; de plantengroei herstelde zich snel. Nu zitten olifanten vaak in te kleine gebieden en dan hebben de bladeren aan de bomen en struiken soms niet voldoende tijd om aan te groeien. Maar onderzoek heeft laten zien dat de natuur zichzelf herstelt. Als er (veel) minder voedsel is, sterven de zwakke olifanten en de sterken blijven in leven. Ook worden in die periode weinig of geen jongen geboren. Hierdoor wordt na enige tijd het evenwicht hersteld en groeien de bladeren aan de bomen en stuiken weer aan. Menselijk ingrijpen, door olifanten dood te schieten, is volkomen overbodig. Een boom of struik die de tijd krijgt, loopt vanzelf weer uit. Een doodgeschoten olifant staat nooit meer op.

Een olifant drinkt tussen de 70 en 160 liter water per dag. Drinkplaatsen zijn erg belangrijk voor olifanten, het zijn ontmoetingsplaatsen waar ze vaak ook gezellig samen in bad gaan. Bij droogte weet de olifant waar water te vinden is en graaft een kuil om grondwater naar boven te halen. Nadat de olifanten hun dorst gelest hebben, blijft er nog water over voor andere dieren om te drinken, die anders zouden omkomen van de dorst.

8. Het sociale leven van de kudde

Een olifant is een heel sociaal dier, dat wil zeggen dat ze graag bij hun soortgenoten zijn en eigenlijk niet alleen kunnen leven. Tenminste, de meeste vrouwelijke olifanten.

Het sociale leven van de olifanten is de afgelopen 30 jaar enorm veranderd. De kuddes waarin olifanten leven, bestaan eigenlijk alleen maar uit vrouwtjes en hun jongen. Tegenwoordig zijn er vaak niet meer dan tien leden in een kudde; sommige bestaan uit 3 of 4 olifanten, anderen 18 tot 20 olifanten. Het oudste en meest wijze vrouwtje is de leidster: de matriarch. De andere olifanten in haar kudde zijn zussen, dochters, nichten, kleindochters en kleinzoontjes van haar. De bullen leven vaak alleen of in kleine bullengroepen. Dat betekent dat een bul op een bepaald moment uit de kudde moet. Als hij ongeveer 10 jaar oud is, gaat hij al eens geregeld alleen op stap. Als hij te lang bij de kudde blijft, wordt hij aan de kant gezet en moet hij de kudde verlaten: alleen de meisjes blijven!

Uiteraard komen er geregeld (andere) bullen naar de vrouwtjeskuddes, want anders zouden er geen nieuwe olifantjes meer komen. Olifantenkuddes zijn vaak goed bevriend met andere groepen. Wellicht zijn de matriarchen wel zussen of nichten van elkaar, die ieder hun eigen weg zijn gegaan. Soms trekken ze dan een tijd samen op. Bij iedere ontmoeting is er telkens een heel uitgebreide begroeting.

De kudde doet meestal alles samen: als de matriarch rust, dan doen de andere dat ook; als de matriarch naar de drinkplaats gaat, volgt de rest. Het is belangrijk dat de groep een goede bescherming vormt voor de kleintjes, want een kleine olifant kan door een leeuw gedood worden. Maar met alle grote olifanten om zich heen is de kleine veilig!

9. Opgroeien

Voortplanting en zorg voor de jongen.

Een vrouwelijke olifant is vruchtbaar vanaf ongeveer 10 jaar oud, maar in normale omstandigheden raakt ze voor het eerst zwanger als ze 12 tot 14 jaar is en gewoonlijk krijgt ze geen kleintjes meer na haar vijf-en-vijftigste.

Als een vrouwtje vruchtbaar is, dan komt er een bul op de kudde af en vaak wel meer dan een. Het vrouwtje kiest dan voor het sterkste bul, want ze wil dat haar nageslacht ook sterk is. Omdat alle vrouwtjes die op dat moment vruchtbaar zijn de sterkste bul willen, zouden er problemen kunnen ontstaan. Dan zouden alle olifantjes die in een bepaalde tijd geboren zijn dezelfde vader hebben en dan halfbroer of halfzus van elkaar zijn. De natuur heeft dat probleem opgelost. De bullen raken om de beurt in een speciale toestand, die ‘musth’ genoemd wordt. Als een bul in musth is, dan heeft hij tijdelijk meer mannelijke hormonen en is hij erg wild, stoer en sterk; de andere bullen gaan voor hem uit de weg. Een bul in musth is voor een olifantvrouwtje onweerstaanbaar. Omdat iedere bul om de beurt in musth is, worden ze ook om de beurt vader. Soms zijn er wel eens twee grote olifanten tegelijk in musth en als die dan hetzelfde vrouwtje willen, dan is het vechten! Met hun grote slagtanden zijn deze bullen echte levende tanks. Soms loopt zo’n gevecht slecht af voor de verliezer.

In goede omstandigheden krijgt een vrouwtje om de vier jaar een jong. Maar als er te weinig voedsel is, worden er minder baby’s geboren. In sommige gebieden zijn er te weinig bullen (als er veel bullen door stropers voor hun ivoor zijn gedood) en dan vinden de vrouwtjes vaak geen partner, waardoor de populatie daalt. De zwangerschap van een olifant duurt 22 maanden bij Afrikaanse olifanten en 21 maanden bij Aziatische olifanten. Meestal is er maar één baby per zwangerschap, maar een tweeling ook is mogelijk. Bij de geboorte van een baby-olifantje weegt hij gemiddeld rond de 100 kilo. Dat lijkt veel, maar toch is het minder dan een dertigste van zijn volwassen gewicht. In een olifantenkudde wordt er door moeder en tantes heel goed voor de kleine olifant gezorgd. Hoe meer tantes er zijn, hoe rustiger de moeder het heeft. Kleine olifantjes zijn vaak erg speels en moeten goed in de gaten worden gehouden.

In de eerst maanden drinkt een baby-olifantje alleen moedermelk, na ongeveer vier maanden begint hij ook wat gras te eten en leert hij langzaam aan met zijn slurfje te drinken. Wanneer een baby-olifantje door omstandigheden alleen komt te staan en door mensen wordt grootgebracht, zoals dat gebeurt in het olifantjesweeshuis van Daphne Sheldrick in Kenia, mag het baby-olifantje geen koeienmelk gegeven worden. Na jaren van proberen heeft Daphne de goede melkformule ontwikkeld, zodat de kleine wezen niet meer ziek worden van verkeerde melk.

Een olifantje heeft een lange jeugd, net zoals mensenkinderen. Zij moeten ook alles leren, ook hoe ze hun slurf moeten gebruiken. Sommige diersoorten weten wat ze moeten doen vanuit hun instinct. Een olifantje moet opgevoed worden om te kunnen leven als een volwassen olifant: hoe moet je je moet gedragen, wat kun je wel en niet eten en waar vind je het beste eten en drinken. In het olifantjes weeshuis worden de jonge olifantjes begeleid door oudere olifanten en gaan ze uiteindelijk als zelfstandige olifanten terug naar de natuur.

10. Communicatie bij olifanten

Hoorbare taal en onhoorbare infrasone geluiden.
Net als de mensen hebben dieren een taal, waarmee ze met elkaar kunnen communiceren, om dingen aan elkaar te vertellen. De olifanten communiceren met elkaar door aanrakingen, geursignalen of bewegingen, maar vooral door geluiden. Het bekendste olifantengeluid, het trompetteren, wordt gemaakt door met kracht lucht door de slurf te persen, maar de meeste geluiden die olifanten maken, komen uit hun keel. Deze geluiden zijn zo laag dat onze oren ze niet kunnen horen. Dit geluid wordt Infrasone geluiden genoemd. Wetenschappers hebben aangetoond dat dit Infrasoon geluid bestaat door het op band vast te leggen en daarna versneld af te spelen, waardoor de geluiden wel hoorbaar zijn. Omdat die geluiden zo laag zijn, kunnen ze tot heel ver (ongeveer 5 kilometer) door andere olifanten gehoord worden. Olifanten die ver van elkaar verwijderd zijn, kunnen aan elkaar doorvertellen waar er gevaar dreigt of waar er water of goed voedsel te vinden is. Een vrouwtje kan zo een bul vinden of twee bullen in musth kunnen elkaar zo uit de weg gaan. Ze kunnen om hulp roepen of gewoon contact houden. Binnen de kudde worden er voortdurend boodschappen doorgegeven.

Praten met olifanten
Een onderzoeker die de olifantentaal verstaat is Joyce Poole, die het grootste deel van haar leven met olifanten in het wild gewerkt heeft. Jaren geleden bestuurde zij bullen in Amboseli National Park in Kenia. Joyce verstaat niet alleen veel van de boodschappen die olifanten onderling uitwisselen, maar kan ook verschillende olifantgeluiden maken, die olifanten verstaan en begrijpen wat zij bedoeld.

De Amerikaanse onderzoeker Katy Payne bestudeerde de olifantentaal lange tijd in dierenparken en heeft ontdekt wat de olifanten daar ongeveer tegen elkaar zeggen. Ze kan vaststellen welk geluid een babyolifantje maakt als hij zijn melk wil, als olifanten verrast zijn of elkaar willen geruststellen, als de matriarch de kudde wil bijeenroepen of als ze bullen wil oproepen om voorzichtiger te lopen als ze de kudde bezoeken om niet per ongeluk een kleintje pijn te doen, enz. Misschien praten olifanten wel met elkaar net zoals mensen dat doen. Katy Payne hoopt ooit de hele olifantentaal te ontcijferen en misschien kunnen mensen dan wel met olifanten praten.

Wie veel contact heeft met olifanten kan in meer of mindere mate met olifanten communiceren. Zoals wetenschappers die onderzoek doen naar olifanten, verzorgers van olifanten en vaste bezoekers van dierenparken, die veel tijd bij de olifanten doorbrengen.

Trillingen
Wetenschappers hebben ontdekt dat de voetzolen van olifanten heel gevoelig zijn voor grondtrillingen. Het gedreun van een stampvoetende olifant of een wegrennende kudde kan gevoeld worden door olifanten die tientallen kilometers verderop zijn. Olifanten kunnen zo waarschijnlijk boodschappen aan elkaar doorgeven, terwijl ze zich op grote afstand van elkaar bevinden. In ieder geval worden ze gewaarschuwd als ze voelen dat een kudde uit de buurt in paniek wegvlucht.

Telepathie en lichaamstaal
Een andere belangrijke manier van met elkaar ‘praten’ is telepathie. Dit betekent: het op afstand opvangen van gedachten en gevoelens van een ander. Met gedachtegolven kunnen olifanten op grote afstanden met elkaar communiceren. Daar komen helemaal geen geluiden aan te pas. Ook met lichaamstaal maken olifanten elkaar duidelijk wat ze bedoelen.

11. Leefgebieden

Ongeveer 50 jaar geleden leefden er Afrikaanse olifanten in bijna alle landen ten zuiden van de grote Sahara-woestijn in ruime aantallen. Tegenwoordig zijn er niet zoveel olifanten meer over in het westen van Afrika. In het midden van Afrika zijn er nog wel olifanten, maar hun aantallen zijn klein. In de ‘punt’ van Afrika —het zuidelijke deel— leven er nog grotere aantallen savanne-olifanten in beschermde gebieden. De bos-olifant leeft juist teruggetrokken in de bossen, omdat ze in “de beschermde gebieden” (waar een hek omheen staat en ze er moeilijk uit kunnen) veel doodgeschoten zijn.

In Azië komt de olifant nog in het wild voor op het eiland Sri Lanka, in bepaalde delen van India, in Nepal, Bangla Desh, Thailand, Birma en Maleisië. En in kleine gebieden van Cambodja, China, Laos, Vietnam en Indonesië.

Het precieze aantal olifanten is niet bekend. Verscheidene pogingen om ze te tellen, en om dan een aantal te schatten, leveren cijfers op die nogal van elkaar verschillen. Wat wel duidelijk is, is dat het aantal olifanten enorm afneemt. In 1930 waren er naar schatting nog 5 miljoen Afrikaanse olifanten, in 1990 nog slechts 600.000 en nu denkt men dat er ongeveer 200.000 tot 300.000 over zijn. In 1900 waren er waarschijnlijk nog 200.000 Aziatische olifanten, in 1991 waren er misschien nog 50.000 (waarvan 15.000 in gevangenschap) en nu denkt men dat er nog 25.000 tot 30.000 over zijn. In bepaalde landen waar olifanten altijd zijn voorgekomen, zoals Vietnam, zijn er nu nog maar een honderdtal over.

12. Leeftijd

In normale omstandigheden kan een olifant 50 tot 70 jaar oud worden (spijtig genoeg halen tegenwoordig veel olifanten die normale leeftijd niet meer). Na zijn 60ste krijgt een olifant geen nieuwe kiezen meer en dan kan hij veel voedsel niet meer kauwen, waardoor hij verzwakt en uiteindelijk sterft. Het is dus niet zo dat een olifant van honger sterft.

Er doen enkele verhalen de ronde over “de oudste olifant”. Eén van hen zou de olifant Raja zijn geweest, die leefde als tempelolifant in Kandy op het eiland Sri Lanka. De mensen beweren dat hij 82 jaar oud is geworden. Andere bronnen hebben het over de olifant Lin Wang, die in 2003 overleed en toen 86 jaar oud zou zijn. Hij bracht zijn laatste jaren door in een dierentuin op Taiwan. Alle leeftijden zijn schattingen, want een burgerlijke stand voor olifanten bestond begin vorige eeuw niet.

De belangrijkste natuurlijke doodsoorzaken van olifanten zijn ontstekingen, hart- en vaatziektes, besmettelijke ziektes of gewoon algemene verzwakking als de droogte te lang aanhoudt. Helaas is vaak de belangrijkste doodsoorzaak van olifanten: de mens…

13. Olifanten en mensen

Het gaat niet goed met de olifanten. Je kon al lezen dat hun aantal sterk verminderd is in de afgelopen jaren. De olifant loopt gevaar om, net als de mammoet, ooit uit te sterven.

Op de eerste plaats hebben veel olifanten ivoren slagtanden en dat hebben mensen altijd al willen hebben. De primitieve mensen wilden niet alleen het vlees van de mammoet, zij wilden ook al het prachtige ivoor om allerlei mooie dingen van te maken: de oudste beeldhouwwerkjes ter wereld zijn ivoren beeldjes van 25.000 jaar oud. De Romeinen doodden duizenden olifanten voor hun ivoor en maakten er zelfs tafels en bedden van. De olifanten in het noorden van Afrika werden door de Romeinen uitgeroeid. Zeker in de 19de eeuw werd de jacht op de olifant voor het ivoor weer erg: zowel in Azië als in Afrika. Vooral in Japan en China werden kunstvoorwerpen uit ivoor gemaakt. In de jaren zestig en zeventig van de 20ste eeuw werd een nieuw hoogtepunt in de ivoorjacht bereikt. Alhoewel er internationale afspraken waren om maar beperkte aantallen olifanten voor hun ivoor te doden, werd er zonder beperkingen gemoord. In Azië, waar alleen de bullen slagtanden hebben, zorgde dat voor verstoring van het evenwicht tussen de geslachten. De meeste olifanten werden gedood door mensen die daar helemaal geen toestemming voor hadden, de zogenaamde stropers. In 1989 vonden gelukkig genoeg mensen dat het zo niet verder kon. De CITES, een internationale conferentie, verbood het in- en het uitvoeren van ivoor totaal. Dat wil zeggen, als je hier nog een ivoren voorwerpje hebt, mag je het wel verkopen, maar je mag het niet naar een ander land brengen. Onmiddellijk daalde het ivoor in waarde en de stroperijen namen af. De presidenten van Kenia, Moi (juni 1989) en Kibaki (juli 2011), staken als symbool een grote stapel slagtanden in brand. De wereld moest beseffen dat ivoor niet iets moois is; achter ieder stuk ivoor zit een vermoorde olifant. Waren de olifanten nu gered? Vele landen in het zuiden van Afrika hadden echter nog een hele voorraad ivoor liggen. Vooral in Japan willen veel mensen ivoor kopen. Japanners maken van het ivoor namelijk eetstokjes en handtekeningenstempels, als statussymbool. In 2008 mochten Botswana, Namibië, Zuid-Afrika en Zimbabwe ruim 100.000 kilo ivoor verkopen aan Japan en China. Vele stropers zagen kans om weer veel geld te verdienen met de ivoorhandel en opnieuw werden veel olifanten vermoord, vooral aangemoedigd door Chinese ivoorhandelaren. Hoewel de handel in ivoor officieel verboden is kan de CITES de verkoop van ivoor weer toelaten, geheel of gedeeltelijk. Die dreiging blijft dus boven de hoofden van de olifanten hangen. Pas als de handel en het bewerken van ivoor totaal verboden is, is dit gevaar voor de olifanten weg.

Op de tweede plaats zijn olifanten grote dieren; ze hebben veel voedsel en ruimte nodig. Er zijn veel mensen en er komen steeds meer mensen bij. Grote groepen mensen hebben ook veel voedsel en ruimte nodig. In de landen waar de olifanten leven, zijn de mensen niet rijk. Het zijn bijna allemaal ontwikkelingslanden. Zeker in Azië, dat nog dichter bevolkt is dan Afrika, gaat het daarom slecht met de olifant. Mensen eisen gewoon veel te veel gebieden voor zichzelf op, zodat er geen plaats meer is voor de olifant en andere dieren. Het gebeurt dan ook wel eens dat olifanten een rijstveld van de mensen leegeten, omdat deze rijst verbouwd is in een gebied wat van oudher het voedselgebied van de olifanten was. Op een nacht kunnen de olifanten het voedsel van een hele familie voor een heel jaar opeten. De boeren in Azië en Afrika proberen dan ook alles om de olifanten weg te jagen en zelfs om ze te doden. Meer en meer vinden we olifanten enkel in kleine, beschermde gebieden, zoals in zuidelijk Afrika. Zoals je al eerder kon lezen, bestaat dan het gevaar dat er veel olifanten in een te klein gebied komen. Het gebeurt soms dat de overheid dat probleem dan oplost door gewoon een aantal olifanten dood te schieten. Uiteraard vinden dierenliefhebbers en natuurbeschermers dat onaanvaardbaar. Bovendien worden de olifanten dan hierdoor gevaarlijk en schuw.

Oplossingen
1. Ivoor mag niet meer worden gebruikt. Het is inderdaad een mooi materiaal, maar daarvoor mogen geen olifanten meer worden gedood. Alleen een olifant heeft nog het recht om ivoor te hebben. In principe zouden we kunnen zeggen: het ivoor van olifanten die gewoon gestorven zijn, mogen we toch gebruiken, maar ook dat werkt niet. Hoe kan je nu aan een slagtand zien hoe en waar die olifant gestorven is ? Kunstvoorwerpjes uit andere materialen zijn ook mooi: zo is er bijvoorbeeld het ivoor van de ivoornoot en zijn er verscheidene soorten kunststof die sterk op ivoor lijken.

2. Veel mensen houden van olifanten en willen die dan ook in het wild gaan bewonderen. Als er veel toeristen naar Afrika en Azië gaan om op safari te gaan, beseffen de mensen uit die landen inderdaad dat levende olifanten veel meer geld kunnen opbrengen dan dode olifanten. Uiteraard zijn er gevaren verbonden aan het massa-toerisme naar die gebieden. Zulke bezoeken aan natuurgebieden moeten steeds rustig verlopen en er mag geen rommel worden gemaakt.

3. Als er in een bepaald gebied olifanten te veel zijn, is het wellicht het verstandigste om ze te verplaatsen naar die gebieden waar de olifanten weg zijn. Uiteraard pak je een olifant niet zo maar op om hem ergens anders neer te zetten. Dat is een dure zaak. Maar als de mens de olifant echt wil behouden, zal het wel moeten. Bovendien is het mogelijk om in die overbevolkte gebieden, de vrouwtjesolifanten een injectie te geven, waardoor zij tijdelijk niet meer zwanger kunnen worden. Ideaal is het allemaal niet, maar het is in ieder geval veel beter dan het doodschieten van olifanten.

4. Er zijn veel organisaties bezig met het geven van hulp aan de olifanten. Het is waar dat er ook veel mensen in nood verkeren in de wereld, maar dat mag niet betekenen dat we de natuur en de dieren geen hulp meer verlenen. Hopelijk slagen de natuurbeschermingsorganisaties er samen in om de olifant te redden.

14. Bescherming van olifanten

De natuurbeschermingsorganisatie die zich in Nederland en Vlaanderen inzet voor de bescherming van de olifanten is Vrienden van de Olifant. Vrienden van de Olifant heeft gekozen voor steun aan concrete projecten. Ook werken we samen met collega-organisaties in het buitenland.

De belangrijkste projecten zijn 2 olifantjes weeshuizen: een op Sri Lanka en een in Kenia. In deze weeshuizen worden jonge en baby-olifantjes opgevangen en verzorgt, die hun moeder en kudde zijn kwijtgeraakt. Als eerste worden deze olifantjes door een dierenarts onderzocht en krijgen ze medicijnen of speciale voeding als dat nodig is. Het belangrijkste is dat ze melkdrinken. Want vaak hebben de kleine olifantjes, toen ze alleen kwamen te staan, geen moedermelk meer gekregen.

Daarnaast steunen we enkele projecten om de olifanten in Azië te beschermen, ondergebracht in het Azië Fonds”. Het Azië Fonds steunt Elephant Nature Park in Thailand en zodra dat mogelijk is, een beschermingsproject voor de Borneose dwergolifant. Wie lid van het Azië Fonds wordt, wordt Olifant-beschermer genoemd. Als we meer Olifant-beschermers hebben komen daar beschermingsprojecten in India, op Sumatra en in Vietnam bij.

De Afrikaanse olifant wordt gesteund vanuit het Afrika Fonds, waarin projecten zijn opgenomen voor de bescherming van de Woestijn-olifant en de Bos-olifant. Leden van het Afrika Fonds worden Askari’s genoemd (wat ‘beschermer’ in het Swahili betekent). Als er meer Askari’s bijkomen, kunnen we meer Afrikaanse projecten helpen.

Jij kunt daarbij helpen
Bijvoorbeeld door peetouder van een weesolifantje te worden. Jij zelf, of samen met de hele klas.
Ook als Olifantbeschermer bij het Azië Fonds of Askari in het Afrika Fonds kun je een steentje bijdragen.
En wanneer je je als Vriend aanmeldt, stel je ons in staat om ons werk te doen. Zo steun je in feite alle activiteiten voor de olifant. Uiteraard kun je ook donateur worden.

Peetouder worden met de hele klas

Sommige kinderen zijn peetouder van een weesolifantje en zouden graag willen dat hun vriendjes of klasgenootjes ook peetouder van een olifantje worden. Want hoe meer peetouders er zijn, hoe meer er voor de olifantjes gedaan kan worden. De kleine weesolifantjes hebben onze hulp hard nodig. Zij hebben heel veel jaren verzorging nodig voordat ze groot genoeg zijn om terug te keren naar de natuur. En dat kost heel veel geld.

Jij kunt samen met je klasgenootjes een olifantje helpen. Vraag aan je juf of meester of zij dit project steunen en je hierbij willen helpen. Jullie zouden kunnen nadenken hoe je geld kunt inzamelen om een weesolifantje een jaar mee te helpen. Misschien is het een leuk idee om een middag een marktje te houden waarbij je spulletjes mag verkopen waarvan de opbrengst naar de weesolifantjes gaat. Of kun je klusjes gaan doen, lege flessen inleveren of koekjes bakken en verkopen.

Als klas ontvang je dan een certificaat waar de naam van de klas en de naam van het olifantje op komt te staan. Een foto van het weesolifantje, een dvd over de weesolifantjes en dit tijdschrift. En natuurlijk houden we jullie regelmatig via de e-mail van de juf of meester op de hoogte hoe het met de weesolifantjes gaat.

Weetjes:
* Een olifantje wordt soms gevonden in een diepe opgedroogde waterput waar het niet meer uit kan komen. Maar wordt ook wel gevonden naast zijn moeder die door stropers gedood is.
* Een olifantje kan niet zonder zijn moeder of kudde overleven en het heeft dus geluk als het gevonden wordt en naar het olifantjesweeshuis wordt gebracht.
* De andere weesolifantjes steunen het nieuwe olifantje en helpen hem het verdriet te verwerken.
* Totdat het olifantje groot genoeg is slapen de verzorgers ‘ s nachts bij het olifantje.
* Een baby-olifantje krijgt om de 3 uur een of meerdere melkflessen.
* Elke dag gaan de olifantjes spelen in de natuur en in het modderbad.
* Als het olifantje ongeveer 8 jaar oud is gaat het weer terug naar de natuur, naar de in het wild levende olifanten.
* De verzorging van een olifantje kost veel geld.
* Een klas kan voor € 66,00 per jaar een olifantje helpen.
Als er 20 kinderen in de klas zitten is dit maar € 3,30 per leerling.